Hoi! 't Lijkt erop dat je voor de eerste keer bij me op bezoek bent. Leuk! Neus maar wat rond en laat me weten wat je d'r van vindt. Reageren mag, natuurlijk. 'k Hoop dat je je vermaakt en dat je vaker langskomt.

Mors stupebit | [ 1 ]

vlieg

Wie de dood heeft gezien is blij met koorts. Bertus Aafjes (1914–1993)

Waarschuwing: dit stukje is geschreven in complete tijdnood. Verwacht d’r dan ook niet teveel van.

Wanneer ik ’s ochtends op m’n werk kom tref ik d’r nog wel es ’n vlieg. ’n Dooie vlieg.

„Wat zegt dat over onze werkomgeving?” vroeg ik aan collega W. Hij haalde z’n schouders op.

„Dat wij sterker zijn dan vliegen?” zei hij achteloos.

Ik reageerde niet maar boog me over ’t vliegenlijkje.

„Toch wel mooi, vind je niet?” zei ik. Plat op m’n buik lag ik op ’t zeil en bekeek de delicate contouren van ’t kadavertje. Prachtig.

[M’n fascinatie met de dood zal wel iets uit m’n kinderjaren zijn, te verklaren en te begrijpen door intensieve psycho-analyse. Of ik ben gewoon gek.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (Nog geen stemmen)
Loading ... Loading ...

Pech | [ 8 ]

bubbels

Zorg dat een blik van een dronken kerel nooit de jouwe kruist. John Steinbeck (1902–1968)

Met ’n goeddeels lege portfles in de hand zwalkte de jongen door ’t gangpad van de trein.

„Weet je wat jullie probleem is?” riep hij. „Jullie zijn fokking Nederlanders.” En, om er zeker van te zijn dat we hem hadden verstaan: „Fokking Nederlanders. Hoor je me?”

De aangesprokenen, ondergetekende incluis, deden er ’t zwijgen toe. De stilte kalmeerde de gangpadder geenszins. Hij besloot ’n individu aan te spreken en koos daarvoor de man aan mijn linkerzijde uit.

„Weet je wat jouw probleem is?” begon hij tegen de man aan mijn linkerzijde — hij had ’t dus net zo goed tegen mij kunnen hebben — „Je bent ’n fokking Nederlander.”

De aangesprokene haalde z’n portefeuille uit z’n binnenzak.

„En weet je wat jouw probleem is?” zei hij terwijl ie ’m openklapte.

„Nou?” De gangpadder probeerde rechtop te blijven staan. „Nou?”

„Jij bent dronken in ’n openbare ruimte.” zei de man en hield de jongen ’n pasje voor de ogen. „En ik ben politieman.”

„Shit.” zei de jongen.

[De man pakte de pols van de jongen vast en dwong ’m te gaan zitten. Hij gehoorzaamde zonder tegen te stribbelen. De goeddeels lege portfles hing bewegingsloos over de rand van de bank.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (5 stemmen, gemiddeld: 4.6 van 5)
Loading ... Loading ...

René en ’t klein insectenboek | [ 4 ]

groen

Karakterloosheid is een mythe die brave mensen hebben uitgedacht om een verklaring te hebben voor de aantrekkingskracht van andere mensen. Oscar Wilde (1854–1900)

Ik droeg m’n groene overhemd met ruches.

„Hé Adriaan.” riep ’n collega bij de balie. „Kun je even komen?”

Adriaan? mompelde ik. Hoe komt ze daar nou weer bij? Licht geërgerd ging ik haar kant op.

„Wat is ’r?” vroeg ik. Ze wees op ’t blad van de balie. Daar liep ’n wants met gifgroene dekvleugels. ’t Insect trippelde enthousiast op me af.

„’t Ziet jou volgens mij als zijn soortgenoot.” zei m’n collega. „Alleen dan wat groter.” De minuscule pootjes droegen ’t beestje steeds sneller in mijn richting.

„Volgens mij wil ie met me paren.” zei ik en deed voorzichtig ’n stap achteruit.

[Toen ’t kleine groene gevaarte aan de rand van de balie was, schoot m’n collega ’t met duim en wijsvinger weg. „Jij bent geen boeddhiste.” constateerde ik. „Nee.” zei ze tevreden.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (3 stemmen, gemiddeld: 4.67 van 5)
Loading ... Loading ...

Hokus pokus | [ 10 ]

reizigers

Wie Tao volgt, voelt gebeurtenissen aankomen. Daarom lijkt het alsof hij kan toveren. Deng Ming-Dao (onb.)

„Zou ’t u storen wanneer ik hier ga zitten?” vroeg de jongen in de trein. Hij torste twee sporttassen met zich mee en ’n hamburger in ’n papieren wikkel. De man tegen wie hij dit had gezegd antwoordde niet maar klemde de plastic tas die naast ’m stond tegen zich aan. De jongen vatte dit op als een teken van geen bezwaar.

„Dankuwel.” zei hij en liet de beide tassen op de vloer vallen. Tegelijk wist hij nog ’n hap van z’n burger te nemen. De jongen ging schuin tegenover de man zitten en ritste één van de tassen open. ’t Laatste deel van Harry Potter kwam eruit tevoorschijn. ’t Leeslint van de harde kaft liet ’t boek kort voor ’t einde van ’t verhaal openvallen. De man bekeek vanuit z’n ooghoeken de hele situatie.

[Op z’n plastic tas zag ik ’t internetadres van ’n toverwinkel gedrukt staan. D’r was hier vast en zeker iets magisch aan de hand. Maar wat? Ik zou d’r deze reis niet meer achterkomen.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (4 stemmen, gemiddeld: 4 van 5)
Loading ... Loading ...

Ongehoord | [ 11 ]

kroon

Zwijgzaamheid is voor de vrouw een sieraad. Sophocles (496–406 vGT)

Twee dames stonden aandachtig de menukaart van ’t restaurant te bekijken. De langste van beiden schrok van wat ze zag.

„Nee toch!” zei ze en stootte haar vriendin aan. „Kijk toch es!”

„Wat is er, lief?” vroeg de andere. De langste wees.

„Hier.” zei ze en las hardop voor: „Salade met lamsoren.” Ze keek naar haar vriendin. „Lamsoren!” herhaalde ze. „Vreselijk toch?”

De vriendin las ’t nog zelf even na.

„Warempel.” zei ze. „Daar staat ’t. Jakkes.” Ze pakte de langste aan d’r arm.

„Kom.” zei ze. „We gaan wel ergens anders eten.”

[Misschien had ik de dames moeten informeren dat ze ’t restaurant voorbijliepen vanwege ’n plantje. Maar ik wilde ook niet te pedant overkomen.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (5 stemmen, gemiddeld: 4.4 van 5)
Loading ... Loading ...

Geen pas | [ 7 ]

folders

Er zijn twee soorten van kennis. We kennen een zaak, of we weten waar we de informatie kunnen vinden. Samuel Johnson (1709–1784)

„Heeft u ’n kaart?” vroeg de man van de kassa van ’t museum. De jonge vrouw wist niet goed raad met de vraag.

„Eum.” zei ze. Toen zette ze haar tas op de richel voor kassa en haalde er ’n portefeuille uit. Ze keek d’r in.

„Ik heb wel ’n bankpasje.” zei ze en toonde ’m aan de man van de kassa. Die schudde z’n hoofd.

„Geen museumkaart?” vroeg hij. De jonge vrouw keek nog es in haar portefeuille.

„Nee.” zei ze. „’t Spijt me.” De man van de kassa sloeg ’n paar toetsen aan.

„Da’s dan zes euro.” zei hij.

[”Wat kosten die folders?” vroeg de jonge vrouw toen ze stapeltjes brochures naast de kassa zag. „Die zijn gratis.” zei de man van de kassa. Ongelovig keek de jonge vrouw ’n paar ogenblikken naar de man van de kassa. „Heus?” vroeg ze. Nadat de man van de kassa knikte pakte ze van elk stapeltje er één.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (5 stemmen, gemiddeld: 3.8 van 5)
Loading ... Loading ...

Over de glazen brug | [ 7 ]

brug

Wie een brug legt; naar een ander; kan altijd heen; en terug. Jana Beranová (1932)

„Eigenlijk best wel mooi, Rotterdam.” zei één van ons beidjes tegen de ander – ’k weet niet meer wie. De ander was ’t ’r in elk geval roerend mee eens.

„’n Echte wereldstad.” zei de ander nog. „Waar anders zie je zoiets?” De ene beaamde dit volmondig. We zaten zo op één lijn, dat wie wat zei d’r feitelijk niet meer toe deed.

„Net of je in ’t buitenland zit.” werd d’r ook nog opgemerkt. „New York of zo.”

„Maar dan dichterbij.”

„En ze spreken d’r gewoon Nederlands.”

Nee, dat we Rotterdam al veul eerder hadden moeten ontdekken, dat was ’n makkelijk te trekken conclusie.

„Laat mij es aan de andere kant lopen.”

Wie dat zei weet ik dan weer wel. Dat was ik natuurlijk, toen we over de Erasmusbrug liepen en ik tussen de spijlen van de omranding door de donkere Maas woest zag klotsen.

[Ik word altoos obsessief naar peilloze dieptes getrokken om dan in panische angst zowat  te verstijven en nauwelijks meer vooruit te krijgen ben. Op de terugweg hebben we dan ook maar de metro genomen.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (5 stemmen, gemiddeld: 4.2 van 5)
Loading ... Loading ...

Les Mis en Scène | [ 11 ]

luxor

Acteren is niet moeilijk, je moet vooral kunnen lachen en kunnen huilen als dat nodig is. Als ik bijvoorbeeld moet huilen denk ik aan mijn seksleven. En als ik moet lachen ook. George Burns (1896–1996)

Billy zat naast me en keek me verwachtingsvol aan.

Daar moet je kijken.” siste ik en knikte naar de bühne. Billy draaide gehoorzaam z’n hoofd, maar ik zag ’m nog steeds steels m’n kant op gluren. Ik was vastbesloten hem dit keer z’n pleziertje niet te gunnen en zette me alvast schrap. Dit keer zou ik me weten te vermannen.

Maar ’t was al te laat. ’t Drama op toneel werd me teveel. Tranen borrelden op in m’n ogen en zelfs m’n neus liep over. Schokschoudersnotterend snoot ik m’n zakdoek vol.

Verdorie.

„Yes!” siste Billy en applaudisseerde met alle andere theaterbezoekers mee.

[Al zeventien jaar grien ik op dezelfde momenten in die Musical der Musicals. En Billy weet dat. Hij vindt ’t lief, zegt ie en grinnikt d’r bij. Kweenie.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (6 stemmen, gemiddeld: 4.17 van 5)
Loading ... Loading ...

Wel wat | [ 7 ]

hotelkamer

Het leven is als een feestje. Je komt erin als het al begonnen is en je gaat weg voordat het gedaan is. Lois Maxwell (1927–2007)

„’t Is net of we wat te vieren hebben.” zei Billy op ’t terras van ons hotel.

„Dat hebben we ook.” zei ik. „Jij bent geslaagd.”

„O ja.” zei Billy. „En ’t is ook alvast ’n beetje jouw verjaardag.”

„En jouw naamdag.” wist ik. Want dat soort dingen mag ik graag weten.

„Vroeger had ik nooit iets met ’n naamdag.” bedacht Billy. „Maar ach, zolang ’t iets te vieren geeft.”

[”Zo is dat.” zei ik en nam een hap van ’n bitterbal. „Die zijn thuis lekkerder.” vond ik. „Maar d’r is altoos wel wat.” „Zo is dat.” zei Billy.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (5 stemmen, gemiddeld: 4.2 van 5)
Loading ... Loading ...

Naar de bekende weg | [ 5 ]

tas

De kunst van te leven is thuis te zijn alsof men op reis is. Godfried Bomans (1913–1971)

„Misschien is dat wel iets voor jou?” stelde collega J voor. Ze probeerde iemand te ronselen voor ’n Belangrijke Dag. Ik was haar laatste hoop.

„Is goed.” zei ik en opende m’n agenda. „Wanneer is ’t en waar?”

„Dan en dan.” zei collega J. „In ’t voetbalstadion.” Ik keek haar wazig aan in afwachting van aanvullende aanwijzingen.

„’t Voetbalstadion.” herhaalde ze alsof ze dat voldoende moest zijn. „Je weet toch wel waar dat is?”

Ik schudde driftig m’n hoofd.

„Als ’t nou es de Mode-Academie was.” zei ik.

[Collega J zuchtte es diep. Ze had ’r al spijt van dat ze ’t me had gevraagd, zo leek.]

druk af druk af
waardeloosmwahgaat welgoedgeniaal (8 stemmen, gemiddeld: 3.63 van 5)
Loading ... Loading ...
pagina 1 van 21812345»...laatste »
als ik niet leef, ga ik dood