Archief voor mei 2008

De uitdaging

zaterdag 31 mei 2008

Voor ons­zelf stel­len wij ons allen een­vou­di­ger voor dan we zijn: zo rus­ten we van onze mede­men­sen uit. Frie­drich Nietzsche (1844−1900) “Hallo.” zei de buur­jon­gen met de ogen op z’n voe­ten gericht. “We moe­ten voor school alle­maal een uit­da­ging aan­gaan voor een school in Suri­name en dan moe­ten we aan de men­sen vra­gen om ons […]

Nageboorte

vrijdag 30 mei 2008

Dis­cre­tie: het bene­den zijn waar­di­gheid ach­ten door een sleu­tel­gat te glu­ren, zolang de sleu­tel er nog in zit. Joop van Bree­men Col­lega I had een sms’je gekre­gen. Ze liet ’t me zien. Majal en Hed­wig zijn dol­ge­luk­kig met de geboorte van hun doch­ter. las ik. Ik keek naar I. “Wat leuk.” zei ik. “Wie zijn Majal en Hedwig?” […]

In gebreke

donderdag 29 mei 2008

Wach­ten leren wij gewoon­lijk dan pas, wan­neer wij niets meer te ver­wach­ten heb­ben. Marie von Ebner-​​​​Eschenbach (1830−1916) “Mijn moe­der heeft van­mor­gen gepro­beerd aan­gifte te doen omdat ze tele­fo­nisch belaagd wordt,” zei ik tegen de dienst­doende agente, “maar ze werd door­ges­tuurd naar haar aan­bie­der. En die ver­telde haar weer niks te kun­nen doen als er geen […]

Ingesproken

woensdag 28 mei 2008

Wreed­heid en angst geven elkan­der de hand. Honoré de Bal­zac (1799−1850) Obs­cene, vuige woor­den. Als vun­zi­gheid een stem had, was ’t deze. De man die, ano­niem, op ’t ant­woor­dap­pa­raat had inges­pro­ken, zacht, fluis­te­rend bijna, waar­door de onbe­ta­me­lij­khe­den een extra mis­se­lijk­ma­kende dimen­sie kreeg. “Ik blijf door­gaan tot mor­ge­noch­tend zes uur.” lis­pelde hij ang­staan­ja­gend. Ik voelde blinde woede  —  een […]

In gesprek

dinsdag 27 mei 2008

Een leven zon­der dat men zoekt is even ellen­dig als een leven nadat men het gevon­den heeft. Jacob Israël de Haan (1881−1924) “Ver­do­rie, niet weer hè!” viel bijna als een vloek uit Billys mond. We had­den een zowaar leuke dag gehad in Amster­dam en waren net de trein inges­tapt die ons via een ruime omweg  —  want […]

Deductie

maandag 26 mei 2008

Om te weten waar iets is, moe­ten we het heb­ben gevon­den. Johann Wolf­gang von Goethe (1749−1832) De andere rei­zi­gers raak­ten dui­de­lijk in ver­war­ring, toen ik de gevon­den por­te­mon­nee omhoog hield en vroeg of die mis­schien van één van hen was. Mis­schien wacht­ten ze tact­vol zodat ze niet te snel iets zou­den clai­men waar­van de recht­ma­tige eigenaar […]

Lid Nr. H-​​959

zondag 25 mei 2008

Mis­schien is het leven een brief die pas na de dood mag wor­den geo­pend. Julius Vuyl­steke (1836−1903) Daar U de vorige keer zo vlot en open­har­tig geant­woord hebt, richt ik me nog­maals tot U! Wel gaat het over iets totaal anders. Maar mis­schien kunt U er wat aan doen? Als men lid wordt van het C.O.C. kri­jgt men […]

Voortschrijdend inzicht

zaterdag 24 mei 2008

We zou­den eigen­lijk altijd vakan­tie moe­ten heb­ben. We zijn ervoor ges­cha­pen. Maar waar moet je dan nog naar ver­lan­gen? Simon Car­mig­gelt (1913−1987) De buur­vrouw even ver­derop in de straat laadde haar twee kin­de­ren in de auto. Ze had­den slaap­zak­ken bij zich en kus­sens. “Ze gaan loge­ren.” ver­klaarde ze. “In de cara­van van opa en oma.” “Zo.” […]

Ambetant

vrijdag 23 mei 2008

Als je een Vla­ming voor zijn kont schopt pri­jst hij de kwa­li­teit van je schoe­nen en appre­cieert hij dat je been­re­flex soe­pel is geble­ven. Johan Anthie­rens (1937−2000) “Mag ik onbe­leefd zijn?” vroeg ik, zon­der een ant­woord af te wach­ten. “Bent u Vla­ming?” De man van ’t kraampje op de beurs knikte. “Jaze­ker.” beves­tigde hij. “Ik ben […]

Zadelpijn

donderdag 22 mei 2008

Ik heb lie­ver te maken met een onjuiste gedachte dan met een juiste gewoonte. Alain (1868−1951) “Je moet dat zadel hoger zet­ten.” zei de lange man toen ie me voor­bi­j­fietste. Ik schrok  —  ik had ’m niet ver­wacht. ’t Liefst had ik ’m toe­ge­be­ten zich met z’n eigen zaken te bemoeien, maar daar­voor was ik te beschaafd. […]

als ik niet leef, ga ik dood

View in: Mobile | Standard