Archief voor juni 2009

Je bent jong en je wilt wat

dinsdag 30 juni 2009

Voor een kuns­te­naar zijn slechte omstan­di­ghe­den net zo vrucht­baar als goede, soms zelfs vrucht­baar­der. Henry Mil­ler (1891−1980) Twee jon­getjes  —  ‘n jaar of twaalf schatte ik ze  —  zaten op ‘t ter­ras. Ze dron­ken ‘n glaasje fris. Keu­rige jon­gens. Eén van de twee dronk z’n glas in één teug leeg, stond op en ging naar bin­nen. Hij moest plassen, […]

De opdracht

maandag 29 juni 2009

Een vreemd woord is als een onscherpe foto. Karl Hein­rich Wag­gerl (1897−1973) De man stond met af­hangende armen en zweeg vooral. Hij keek toe hoe z’n vrouw de bezoe­kers van de barak waar­schuwde. “Kijk uit.” deed ze. “D’r zit gloeiend hete olie in de wok­pan.” Om te ver­volgen met: “Ik kom hier altijd. Daarom vroeg […]

Accent

zondag 28 juni 2009

Vijf mil­joen jaar gele­den sloeg een naam­loze aap een andere aap met een scherpe steen de sche­del in. De mens was gebo­ren. Bat­tus (1935) We vie­len dui­de­lijk uit de toon, daar bij de mode­tentoon­stelling in ‘t museum. We waren name­lijk niet jong genoeg, niet strak genoeg en niet homo genoeg  —  de dress­code voor de incrowd, die ons […]

‘t Spoor bijster

zaterdag 27 juni 2009

Zelfs een enkel woord kan een vonk van een ons­tuit­bare gedachte zijn. Percy Bysshe Shel­ley (1792−1822) “Hij is al weg.” De conduc­teur keek me met enige spijt aan. Ik begreep dat ik ‘m moest begri­j­pen. “O.” zei ik. “Wie?” Nou was ‘t de beurt aan de conduc­teur om in de war te raken. “De trein naar […]

Dag blad

vrijdag 26 juni 2009

De grens van zijn den­ken is de witte rand van zijn krant. Gerd de Ley (1944) Ik verv­loekte mezelf. Wat bezielde me in hemels­naam om m’n krant uit te lenen aan die vrouw? In de hele coupé was niks te lezen te vin­den geweest, dus was ze op mij afges­tapt. En met pijn in m’n hart had […]

Ongebonden

donderdag 25 juni 2009

Zelfs een held heeft wel eens een mis­vers­tand in zijn den­kraam, dat men hem in de schoe­nen kan schui­ven. Mar­ten Toon­der (1912−2005) De Haagse chaus­seur keek me onder­zoekend aan. “Par­don?” zei­die, alsof ie me niet goed had gehoord. “Veters.” herhaalde ik. “U ver­geet de veters.” De man blikte inge­houden wan­hopig naar z’n col­lega, die gelukkig […]

De kleine eer

woensdag 24 juni 2009

Niet alle zie­len heb­ben dezelfde aan­leg voor het geluk, zoals niet alle gron­den dezelfde oogst geven. Fran­cois René de Cha­teau­briand (1768−1848) Ik bezag tevre­den de vruch­ten mij­ner wer­ken. Nou ja  —  de enkele fram­bozen die in twee­de instan­tie door de strui­ken wer­den gedra­gen, waar ‘n eer­dere dracht door ‘n massa merels was opge­vroten. (Mis­schien is dit trouwens […]

Zozo

dinsdag 23 juni 2009

Wij leven van hoop en van ver­lan­gen; wij zien bij het bli­jde licht en ade­men de zoete lucht der toe­komst; en zo leven wij; of heb­ben anders geen leven. William Word­sworth (1770−1850) “Zo.” zei Tante en zette daar­mee ‘n doosje voor me neer. “Nooit gebruikt. Maak maar open.” “Zo.” zei ik toen ik ‘n kleine verrekijker […]

Inderdaad

maandag 22 juni 2009

De tegens­tri­j­di­gheid komt daar­door tot stand dat wij snel na elkaar van optiek wis­se­len en de wer­ke­lijk­heid eerst van bui­ten af bekij­ken, ver­vol­gens van bin­nen uit. Simon Vest­dijk (1898−1971) Gis­te­ren. ‘t Kop­pel aan de over­kant gaat nu defi­ni­tief uit mekaar. Niet dat ze ons dat zelf zijn komen ver­tellen  —  dat was niet nodig. Al dagen werden […]

Minstrelend

zondag 21 juni 2009

Het leven is het mooiste sprookje. Hans Chris­tian Ander­sen (1805−1875) “De jon­gen heeft maar tien minu­ten pauze.” trok Billy me weg. “Hij wil nu ‘n ijsje eten.” Hij had gelijk. “Oja.” zei ik dus plicht­matig. Hope­lijk klonk m’n teleur­stelling door in m’n stem. Toe­val­lig  —  nou ja, niet echt, want we wis­ten dat ie d’r daar en dan […]

als ik niet leef, ga ik dood

View in: Mobile | Standard