Archief voor januari 2010

Zwart-​​wit

zondag 31 januari 2010

De harts­tocht van het extre­misme is zowel in de kunst als in de poli­tiek een ver­kapt ver­lan­gen naar de dood. Milan Kun­dera (1929) ‘n Busje van de ME keerde op de weg. Ver­schil­lende agen­ten von­den ach­te­rin de wagen ‘n zit­plaats: ze waren gehelmd en voor­zien van knup­pels. Ik bedacht nog aller­lei hand­wa­pens in hun hol­sters. Onder […]

Tegenstand

zaterdag 30 januari 2010

Onver­schil­li­gheid is de hand­schoen waa­rin het kwaad zijn hand steekt. Bodie Thoene De bur­ge­mees­ter had weer ‘n brief ges­chre­ven. Ik las ‘m kruis­lings door  —  ik wist al wat ze schreef: de Enge Man­nen zou­den weer door de wijk mar­che­ren. Ver­schil­lende media had­den ‘t bericht al gebracht. En ‘t deed me eigen­lijk niet veel. Ik was schouderophalend […]

Kruispunt

vrijdag 29 januari 2010

Oprui­men geeft rom­mel. Jan Huinck (1941) De man­nen zaten in hun schaft­keet. Ze aten hun boter­ham­men en dron­ken hun kof­fie. Lachend leg­den ze ‘n kaartje.‘t Was pauze. Vij­fen­zes­tig jaar gele­den had de oor­log dit deel van de straat laten ont­plof­fen. Zo gaan die din­gen in dat soort tij­den. Man­nen die vele jaren later gebo­ren wer­den verdienden […]

Dooie

donderdag 28 januari 2010

De charme van het leven is dat defi­ni­tieve stand­pun­ten soms de nei­ging ver­to­nen te smel­ten als sneeuw voor de zon. Elia Kazan (1909−2003) O kijk, dacht ik, lig­gend op ‘t bed, de win­ter is nu echt gedaan! Ik zag ‘t ijs op de rui­ten lang­zaam smel­ten en in kleine drup­pels naar bene­den pare­len. ‘t Moest […]

Halluicinatie

woensdag 27 januari 2010

Er bes­taat niet zoiets als ‘een klein beetje look’. Oscar Odd McIn­tyre (1884−1938) Zoals ieder­een weet poe­pen men­sen uien. De meneer met die voile over z’n gezicht poepte d’r wel hele mooie: Billy was vol bewon­de­ring. ‘n Zekere afgunst stak me toch. “Ik poep toch zeker ook mooie uien?” wierp ik op. “Kijk es hoe mooi […]

Waakzaam

dinsdag 26 januari 2010

Beter één man in huis dan twee op straat. Nancy Wit­cher Astor (1879−1964) D’r liep ‘n man in z’n eentje in de nacht door de straat. Hij liep zoals ‘n man loopt die ‘n hond uit­laat: enkele meters stap­voets voor­uit, dan even stil­staan en omkij­ken. Ik zag alleen geen hond. “D’r sluipt ‘n man door de […]

Eindeloos

maandag 25 januari 2010

De liefde is een hemelse drup­pel die de goden in de levens­kelk heb­ben gego­ten om er de bit­tere smaak wat van te ver­zoe­ten. John Wil­mot, 2e graaf van Roches­ter (1647−1680) Billy neemt m’n dood niet serieus. Ik hing over de balus­trade van de over­loop. Billy vouwde de was in de slaap­ka­mer. Hij zat op bed. “Zul […]

Afgestemd

zondag 24 januari 2010

Rede heeft onze moderne wereld opge­bouwd. Het is een waar­de­vol maar ook breek­baar iets dat weg­ge­cor­ro­deerd kan wor­den door schi­jn­baar onscha­de­lijke irra­tio­na­li­teit. We moe­ten aan veri­fieer­baar bewi­js­ma­te­riaal de voor­keur geven boven ons per­soon­lijk aan­voe­len. Anders leve­ren we ons­zelf uit aan de wille­keur van hen die de waar­heid willen ver­duis­te­ren. Richard Daw­kins (1941) Jon­gens van de kabelboer […]

Tomeloos

zaterdag 23 januari 2010

Ik wou dat Adam gestor­ven was met al zijn rib­ben in zijn lichaam. Dion Bou­ci­cault (1859−1929) Ik telde nog maar vijf van de zeven gan­zen langs de beek in ‘t park. “Vrou­wen.” ver­zuchtte de jon­gen die m’n gedach­ten niet kende. Ik wist meteen wat ie bedoelde: z’n eigen rela­tie met ‘t meisje  —  die zat al ‘n tijdje […]

Verstoring

vrijdag 22 januari 2010

Als de tele­vi­sie en de koel­kast niet zo ver bij elkaar van­daan ston­den, zou meni­geen hele­maal geen lichaam­sbe­we­ging meer kri­j­gen. Joey Adams (1911−1999) ‘t Kabel­kastje had zich­zelf opnieuw opges­tart, maar was niet ver­der geko­men dan die mede­de­ling op ‘t appa­raat. Tele­vi­sie­kij­ken was niet moge­lijk. “Tja.” zei de jon­gen van de kabel­boer door de tele­foon. “Dan […]

als ik niet leef, ga ik dood

View in: Mobile | Standard